Málaga: Meer dan een stad bij het strand


Hoe de stad Málaga van lelijk eendje tot een mooie trotse zwaan veranderde

Vroeger, nog niet zo lang geleden hield de stad Málaga op bij de vuurtoren, op het randje van de haven, daar waar de vissersschepen uit het zicht gleden. Die tijd is voorbij. De twee eeuwen oude Farola staat nu in het midden van alles; achter de witte toren loeren enorme cruiseschepen naar Málaga, naar de terrasjes waar hun passagiers weldra zullen neerstrijken.

Málaga: Meer dan een stad bij het strand

De toeristen die hier tien, twintig jaar geleden voor het laatst zijn geweest, komen terug in een andere stad. De haven was het vertrekpunt voor de veerboot naar Noord-Afrika, het vliegveld was slechts de toegangspoort naar de Costa del Sol of de kortste route naar een huurauto om daarmee zo snel mogelijk aan te komen bij het Alhambra in Granada, de Giralda - klokkentoren van Sevilla of in de Mezquita van Córdoba.

Maar kijk nu. Málaga flaneert alsof het nooit anders heeft gedaan. Aan het eind van de dag, als de zon is verdwenen in Andalusië, ergens tussen Torremolinos en Sevilla, gaan de Malagueños vanuit de vernieuwde haven hun eigen stad bekijken. Vanaf Muelle Uno (Pier 1) zien ze op de heuvel het uitgelichte Alcazaba, het paleis annex fort van de Moren. En even links daarvan de linkertoren van de kathedraal, die met enig mededogen La Manquita ('de éénarmige dame') wordt genoemd, omdat de rechtertoren nooit is afgemaakt.

De stad schittert in een gele gloed. Ook op straatniveau. De façaden van de 18de- en 19de-eeuwse gebouwen lijken zojuist opgepoetst. De Calle Larios, de grootste winkelstraat, glimt. De kleine zwarte vlekken op de tegels herinneren aan de processie die hier in de Semana Santa doorheen is getrokken, met druipende kaarsen op elk praalstuk. Op het terras van Café Central op Plaza de la Constitución serveren de obers in wit overhemd met zwarte strik hun negen varianten espresso. Wie een café con leche heeft besteld is niet van hier, wie een mitad heeft besteld wel.

 

Trots

'Málaga heeft eindelijk zijn ogen geopend,  'Malagueños zien vaak niet wat ze in huis hebben. Ze gaan wel naar de kathedraal van Granada en zeggen dat die prachtig is, maar zien niet dat hun eigen kathedraal in Málaga eigenlijk mooier is. Maar gelukkig durven ze nu ook trots te zijn.'

Málaga: Meer dan een stad bij het strand

Vandaar ook deze winkeltjes - waarin de provincie Málaga centraal staat. Mango marmelade uit de buurt van Nerja, saffraan uit Ronda, bier van een brouwerijtje in Alhaurín el Grande. Op een aantal producten staat het blauwe garantiekeurmerk van Sabor a Málaga, ook zo'n signaal dat het nu allemaal serieus is en het bewustzijn groeiende is. 'Je merkt het. Vroeger als je met vrienden uitging, koos je al een snel een Rioja of een Ribera del Duero, nu kiezen we eerder voor een wijn uit Ronda.'

Er waren een paar duwtjes in de goede richting nodig, dat wel. In de stad waar Picasso in 1881 is geboren bleek Picasso zelf uiteindelijk dan toch het breekijzer. Oké, er waren ook wat niet onbelangrijke, praktische zaken die Málaga aantrekkelijker maakten: de hogesnelheidslijn AVE arriveerde, waardoor de stad ineens nog maar 2,5 uur van Madrid kwam te liggen, en de luchthaven Málaga-Costa del Sol werd uitgebreid. En zoals Gaudí in Barcelona, werd Picasso het boegbeeld van Málaga. Hoog tijd, zou je zeggen.

Moest de kunstenaar het eerst nog doen met zijn geboortehuis aan Plaza de la Merced als minieme publiekstrekker, in 2003 kreeg hij een museum in het verbouwde Palacio de Buenavista, met werken die familieleden ter beschikking hadden gesteld.

Nu, ruim een decennium later, heeft de provinciehoofdstad - schrik niet - 36 musea. Vooral burgemeester Francisco de la Torre heeft er een missie van gemaakt. Hij wilde de stad een eigen gezicht geven om te kunnen opboksen tegen het werelderfgoed en de stranden bij de buren. Klaarblijkelijk met succes: het aantal weekendjeswegtoeristen stijgt jaarlijks behoorlijk, in 2014 met 7,5 procent tot een miljoen.

 

'Er was hier niets'

'Iedereen heeft het er continu over.  Er was hier niets, het was echt saai. Je had alleen wat feria's en de Semana Santa, en dat was het wel.' Het was nog de tijd dat de kunstenaars elkaar enkel troffen bij huiskamerconcerten en -exposities en Lafont zijn tekeningen verkocht op de stoep. 'Maar de afgelopen jaren is de sfeer omgeslagen. De stad kijkt anders naar kunst. We hebben een centrum voor moderne kunst, we hebben theater in de openlucht en we hebben flashmobs op straat.'

Málaga: Meer dan een stad bij het strand

De eens zo onappetijtelijke havenstad is, in elk geval in de woorden van de burgemeester, de Spaanse 'hoofdstad van cultuur' geworden. Daar valt uiteraard wel iets op af te dingen, maar desalniettemin zijn er musea en kunstcentra die meetellen. Een stad waarin kleine Pablo nog heeft geknikkerd, kan ook moeilijk anders.

Het spraakmakendste museum is dat onder El Cubo, in de haven. De 12 meter hoge glazen kubus stond daar al een paar jaar gewoon kubus te wezen, totdat de burgemeester Centre Pompidou wist te strikken. Het vermaarde centrum voor 20ste- en 21ste-eeuwse kunst in Parijs wilde wel een filiaal openen in de Zuid-Spaanse stad, het eerste buiten Frankrijk. Het pop-up Pompidou, dat zeker vijf jaar mag rondshoppen in de collectie, opende eind maart zijn deuren. En op de ramen mocht kunstenaar Daniel Buren felle kleuren aanbrengen: de tinten van het Parijse moedergebouw. Vanzelfsprekend zijn er Picasso's naar binnen gedragen (drie stuks), en verder bijvoorbeeld de biddende moslimvrouwen van aluminiumfolie door Kader Attia, en zelfportretten van Francis Bacon en Frida Kahlo.

In dezelfde week ging, wederom vooral dankzij de burgemeester, nóg een dependance open: het Museo Ruso. Dit is een telg van het Russisch Museum in Sint-Petersburg - het grootste staatsmuseum ter wereld (niet te verwarren met de Hermitage) met een collectie van ruim 400 duizend kunstwerken. In 'La Tabacalera', een voormalige sigarettenfabriek, toont het Ruso een honderdtal uit de immense collectie: het is een tripje door de Russische kunstgeschiedenis, eindigend in een zaal met Chagall, Kandinsky en Malevich.

Málaga: Meer dan een stad bij het strand

Eindelijk kunnen we zeggen dat Málaga meer is dan een stad bij het strand', zegt Alicia Gutiérrez , coördinator tentoonstellingen in het CAC Málaga. Het Centro de Arte Contemporáneo, dat zich hier vestigde in een oude markthal voor groothandelaren aan de rand van de wijk Soho, speelde een sleutelrol in de kunstscene van Málaga. Het centrum voor hedendaagse kunst is dé ontmoetingsplek voor kunstenaars, het organiseert grote (gratis) tentoonstellingen en initieert projecten die kunst zichtbaar maakt voor de Malagueños zelf. 'Málaga is een stad van arbeiders. Die zijn niet zo arty ingesteld. Maar je ziet dat ze geïnteresseerder raken.'

Het bekendste project is MAUS, Málaga Arte Urbano Soho. Tientallen kunstenaars uit binnen- en buitenland hebben zich mogen uitleven op de gebouwen van Soho, de wijk die ook op de kaart staat als 'Barrio de las Artes'. Lafont maakte een surrealistische zwart-witgraffiti op de hoek van Casas de Campos en Blasco de Garay. Obey, bekend van de 'Hope'-poster met Barack Obama, gebruikte de zijkant van een flatgebouw voor zijn Paz y Libertad. De Belgische kunstenaar ROA schilderde gigantische ratten op een oud kantoorpand. De overburen klaagden direct in de krant dat ze voortaan de rolluiken dicht zouden moeten houden; geen zin om tegen vieze reuzenratten aan te kijken. Gutiérrez: 'In het begin wilden de bewoners geen kunst op de muur. Maar nu is iedereen blij. Ze doen er alles aan om de muren mooi te houden.'

 

Opgelapt

De wijk die een paar jaar geleden nog als gevaarlijk werd bestempeld, is weliswaar nog steeds minder hip en happening dan de naam doet vermoeden, maar Soho fleurt op. De straten zijn schoner, de straatprostitutie is verdwenen en de horeca ziet weer mogelijkheden. Het Feel Hostel en Room Mate Hotel zijn er al, de parkeergarage maakt op zondag ruimte voor een vintagemarkt en het CAC zelf heeft de hipste kantine van de stad: restaurant Óleo, dat een fusion van mediterraans en Japans heeft bedacht.

'Vergeet niet dat Málaga lange tijd gewoon een arme stad was', zegt Julián Sanjuan, eigenaar en sommelier van vinotheek/restaurant Los Patios de Beatas, om de hoek bij het Picasso Museum. 'Het ging ook om prioriteiten stellen. Mijn eigen straat had lange tijd niet eens asfalt en hele wijken zaten zonder elektriciteit. En nu: alles werkt! Toen eenmaal de belangrijkste dingen waren geregeld, konden we verder denken. Aan de leuke dingen denken, aan de luxe. Aan lekker eten.' Sanjuan, die de familiezaak drie jaar geleden opende, schenkt nu veertig wijnen. 'Vroeger kon je niet eens een rode wijn uit de regio vinden. Je had enkel de traditionele vino dulce. Nu heb je hier alles. En eindelijk zijn de wijngaarden ook open voor het publiek.'

'Verandering, het kost tijd hier', zegt de sommelier. Eens een boquerón altijd een boquerón - de Malagueños bestempelen zichzelf graag als ansjovis. Maar beetje bij beetje sluiten ze hun eigen stad in de armen.

Overnachten

Booking.com

Autoverhuur - Sunnycars


Vakantiehuizen


Zoek, Vergelijk en Boek je ticket


Op vakantie  naar Spanje


Met de Camper door Spanje


Wat gaan we ondernemen in Spanje?

Dit is misschien ook interessant:


«   »